HerfstkleurenHelpdesk PASW 17 Statistics

Voor studenten van de FEM
Home Codeboek Data Databewerking Analyse Grafieken Instellingen Links Methoden

Codeboek

Hier wordt een aantal principes van een codeboek bij SPSS besproken. Het is niet de bedoeling een uitputtende opsomming te geven. Kijk ook even bij Data voor aanvullingen.
Veel voorkomende gevallen zullen aan de hand van voorbeeldvragen worden besproken en toegelicht. Deze gevallen zullen ook als leidraad dienen om er een grafiek of tabel van de maken. In het analysedeel van de site met de SPSS-vragen komen ze dan ook terug.

TOP

Doel van een codeboek

Met het maken van de codeboek probeert men er voor te zorgen dat alle antwoorden die een respondent kan geven in de datamatrix van SPSS kunnen worden ingevoerd en op een correcte wijze kunnen worden geanalyseerd.

TOP

Basisregels

  1. Geef elke teruggekomen vragenlijst een nummer en neem dat nummer op als variabele in het codeboek.

  2. Probeer zoveel mogelijk te werken met numerieke variabelen.

  3. Laat de variable names verwijzen naar de nummers op de vragenlijst en geef de omschrijving van de vragen bij de variable labels.

  4. Geef beknopte variable labels en value labels.

  5. Definieer de missing values.

  6. Gebruik voor de missing values eenduidige nummers. Neem bijvoorbeeld steeds als missing value het cijfer 9 of 99. Neem in ieder geval een getal dat afwijkt van de gebruikelijke geldige antwoorden.

TOP

De keuzes in variable view uitgelegd

Er moeten voor elk onderdeel van variable view keuzes worden gemaakt. Houdt hierbij steeds de basisregels voor ogen.

Werkbalk Variable View 

  • Zet bij Name een korte verwijzing naar de vraag in je vragenlijst. Handig is het daarvoor het nummer te gebruiken van de vraag.

  • De omschrijving van de vraag kun je dan bij Label kwijt. Zorg hier ook voor niet te lange omschrijvingen.

  • Kies bij Type het soort variabele dat je wil gebruiken. De voorkeur gaat uit naar een numerieke codering.

  • De Width is het aantal plaatsen dat de variabele in neemt. Zo heeft het getal 144,52 een width van 6, namelijk 3 cijfers voor de komma, 1 komma en 2 cijfers na de komma (Decimals = 2). Een totaal van 3 + 1 + 2 = 6 plaatsen.

  • Bij Values zet je de betekenis van de gebruikte codes.

  • Bij Missing geef je aan welke waarden (values) bij de analyses niet mee moeten worden genomen.

  • Bij Columns geef je aan hoeveel tekens je in het datascherm van SPSS wilt zien. Als je bijvoorbeeld tekst wilt kunnen invoeren, kun je bij Width opgeven 100; je kunt dan 100 verschillende tekens invoeren. Om het vak waarin je de tekst invoert niet te groot te willen maken in het datascherm, kun je er voor kiezen dit vak slechts 10 tekens groot te maken (Columns =10).

  • Align geeft aan hoe de uitlijning is in het datavenster. Standaard worden Stringvariabelen links uitgelijnd en numerieke variabelen rechts.

  • Met Measure geef je het meetniveau aan van de variabele. Het meetniveau van een variabele bepaalt wat je met de gegevens mag doen. Zonder te pretenderen geheel volledig te zijn staat hieronder een kort overzicht van de mogelijkheden met een korte toelichting:

    • Nominal
      De values zijn dan uitsluitend bedoeld om categorieën aan te duiden. Als je bijvoorbeeld de variabele Geslacht codeert als 1 = man en 2 = vrouw, mag je met die 1 en die 2 geen rekenkundige bewerkingen uitvoeren.

    • Ordinal
      Een variabele is ordinaal als de antwoorden op een logische wijze op volgorde kunnen worden gezet. Bijvoorbeeld bij een Likertschaal kun je de antwoorden coderen als 1 = erg mee oneens, ... , 5 = erg mee eens. Bij een hogere waarde is men het er daarom meer mee eens.

    • Scale
      Een variabele heeft een Scale-meetniveau als op een verstandige manier gemiddeldes berekend mogen worden. Open, numerieke vragen leveren dit soort variabelen. Je kunt dan denken aan leeftijd, prijs, inkomen en dergelijke.

TOP

Een overzicht maken van je codeboek

Als je je codeboek af hebt kun je voor de controle een afdruk maken van je codeboek. In dit voorbeeld is een voorbeeldbestand gebruikt. Dat bestand heeft het volgende overzicht in Variable View:

Op zich al een handig overzicht, maar als je ook nog de Values wilt zien en een samenvatting van de antwoorden kun dat je beter anders doen. Gebruik dan:



en selecteer de variabelen waarvan je een overzicht van wilt hebben. Hier hebben we slechts twee variabelen: v1 en v2.

De standaardkeuzes op de tabbladen en vind je hieronder.

Als gekozen wordt voor de standaarduitvoer is onderstaande uitvoer het resultaat:

TOP

Voorbeeldvragen met codes

Bij het hieronder opgebouwde codeboek horen voorbeeldbestanden. Om te zien hoe deze bestanden zijn opgebouwd en om met de voorbeelden te kunnen oefenen kun je het bestand bij de voorbeelden downloaden.

De volgende soorten vragen zijn uitgewerkt:

Meerkeuzevraag

Vraag 1

Codering:

Meerkeuzevraag

Omdat alle antwoorden ingevuld moeten kunnen worden en er altijd mensen zijn die geen geslacht aankruisen, is er voor dat geval de code 9 gereserveerd met label "Onbekend" en wordt code 9 een missing value. Ook als een antwoord niet goed leesbaar is of als beide antwoorden zijn aangekruist, kan code 9 worden ingevuld in de datamatrix.

Bij het analysedeel kun je zien hoe je hier een frequentietabel of een grafiek van maakt.

Oefenbestand bij meerkeuzevraag

Open, numerieke vraag

Vraag 2

codering:

Alle antwoorden moeten verwerkt kunnen worden, daarom zijn er minstens 3 posities nodig.
Value labels zijn eigenlijk niet nodig voor de reguliere antwoorden. Alleen voor de ontbrekende waarde moet een value label worden gedefinieerd. Een echt afwijkende waarde kan 999 zijn, moet je zou hiervoor ook -1 kunnen gebruiken.
Definieer dan ook 999 als missing value.

Oefenbestand bij open numerieke vraag

Set van schaalvragen

Vraag 3

Codering:

Opmerking: De vraag zelf komt niet terug in de labels, maar wordt bij het maken van de tabel in de titel gezet.

Oefenbestand bij set met schaalvragen

Meervoudige antwoordvraag, dichotomies

Vraag 4

Codering:



Beredeneer zelf waarom hier geen missing values zijn

Oefenbestand bij meervoudige antwoordvraag, dichotomies

Meervoudige antwoordvraag, categories

Vraag 5

Codering:

Je kunt maximaal twee antwoorden geven en daarom heb je ook maar twee variabelen nodig.

Opmerking: Een ander mogelijkheid is om elke variabele als dichotomie te coderen. Hoe je dat doet kun je hier zien.
Oefenbestand

Oefenbestand bij meervoudige antwoordvraag, categories

TOP

Laatste wijziging 13-04-2010
Poes

© Jos Seegers, 2009